/Katten/ Mag je katten “vinden”?
Naar aanleiding van een nieuwsbericht in Metro van dinsdag 20 juli schreef ik een column op Topkatten met als strekking “Mag je katten ‘vinden’?”.
Met de kop “Kattenvinder als premiejager” verscheen er in Metro een nieuwsbericht over een ‘professionele kattenvinder’ uit Amsterdam. Hij rijdt daar rond, op zoek naar vermiste katten.
“Ziet Jimmy een loslopende kat, dan stapt hij uit en loopt hij er rustig naartoe, ‘als vriend’. (..) Een beetje schudden [met een doos kattenvoer] en voeren, dat werkt toch het beste.” Jimmy neemt, naar eigen zeggen, geen katten mee die op hun gemak zijn, goed gevoed zijn, en er uit zien als een gewone buitenkat. Als een kat daaraan niet voldoet, checkt hij een bandje met naam of chip. Katten van een paar deuren verder neemt hij ook niet mee. Maar katten die verdwaald lijken wel. Hij spoort de eigenaar op, die de kat voor een vindersloon van €69 terug kan krijgen.
Het komende boek
Het lijkt heel redelijk: gelieve niet te printen, maar spaar papier uit en help daarmee ontbossing tegen te gaan. Help het milieu. Maar het lijkt ook heel suggestief. Je kunt namelijk geen email meer printen en moet alles digitaal laten staan, want “dan weet je dat je willens en wetens bijdraagt aan ontbossing”. Het suggereert dat digitale media boven print media te verkiezen zijn. Het suggereert dat print media destructiever zijn voor bossen en het milieu. Maar is het inderdaad zo dat digitale media beter voor het milieu zijn dan print media? Zijn digitale media duurzamer dan print media? 

